Test header

Kijk webinar Waardebehoud met het materialenpaspoort terug

In een circulaire economie probeer je grondstoffen steeds weer opnieuw te gebruiken zonder dat ze waarde verliezen. Met het materialenpaspoort leggen we informatie over de grondstoffen in ons areaal vast. Zo maken we hoogwaardig hergebruik in de toekomst makkelijker.

Jeroen Nagel legt uit wat het materialenpaspoort is en hoe men met dit nieuwe instrument ervoor kan zorgen dat de grondstoffen die ze nu gebruiken voor het bouwen kunstwerken ook voor toekomstige generaties beschikbaar zijn. Jeroen Nagel is adviseur circulaire economie bij Rijkswaterstaat.

Kijk het webinar terug

Vragen en antwoorden

Hoe beweegt Rijkswaterstaat de leveranciers van producten om meer circulair te produceren? Voor een circulaire economie zijn alle partijen nodig.

Helemaal mee eens. Het is een transitie waar alle partijen een rol in spelen. We proberen dan ook op diverse manieren deze transitie te helpen vormgeven. Bijvoorbeeld door actief deel te nemen in de transitie-agenda’s van het Rijksbrede programma waar veel actoren-groepen in verenigd zijn, de wetgeving (zoals www.LAP3.nl) te beïnvloeden daar waar belemmeringen ervaren worden. Die belemmeringen halen we op in Green Deals of ‘ketentrajecten’ zoals het Beton Akkoord, maar ook de Asfalt Impuls en mogelijk later specifiek voor metalen, grond(verzet) en hout. Maar ook werken in consortia aan circulaire ontwerpen, zoals nu een viaduct. Met een ‘lerende aanpak’ proberen we snel in de praktijk tegen mogelijke belemmeringen aan te lopen en die zo op te kunnen lossen. Maar denk ook aan de gepresenteerde oproep voor CB2023 waar we onder andere afspraken willen maken over het (kunnen) meten van CE en daar een eenduidige taal en instrumentarium voor ontwikkelen. En ook is het vorig jaar in het eerste (OTB) contract uitgegaan voor het ontwerpen van een circulaire snelweg, zie www.innova58.nl. We verwachten CE op productniveau bijvoorbeeld te kunnen gaan stimuleren/vragen via de huidige DuBoCalc methodiek, met specifieke invullingen voor CE. Of met gebruikmaking van het huidige instrumentarium, door bijvoorbeeld te sturen op minder a-biotische uitputting, een van de huidige milieu-effect categorieën die erg dichtbij een kernbegrip uit CE staat: schaarste.

Kunnen we er morgen mee starten? en hoe beginnen we?
Uiteraard. Start met het vastleggen van gedetailleerde materiaalgegevens. Waar is niet zo relevant. Toekomstige ‘data mine modellen’ vinden de informatie wel weer (aldus een Data Scientist van ons vorig jaar gestartte datalab).

Hoe ziet een paspoort er uit?
Er is nog geen eenduidig begrip van de exacte onderdelen van een materialenpaspoort. Een onderwerp dat ook CB23 gaat adresseren. Gaat het bijvoorbeeld alleen over het materiaal? Of ook de herkomst? Of ook de certificaten t.a.v. kwaliteit? Of de demontagehandleiding, voor een heel object? Etc.

Hoe weet je dat materialen nog goed presteren over 30 jaar?
Goed is uiteraard een kwalitatief begrip. Maar als het paspoort een dynamisch instrument wordt waar gedurende de levensduur de mutaties/veranderingen aan of van het materiaal in worden opgeslagen is deze vraag in de toekomst beter en gemakkelijker te beantwoorden; kortom het neemt risico’s weg door de betere informatiebeschikbaarheid.

Is het materialenpaspoort ook in de toekomst bestendig? Bijvoorbeeld in relatie tot sensoring?
Een voorbeeld is een sensor voor doorbuiging op een stalen brug. Het aantal doorbuigingen kan iets voorspellen over de staat van het materiaal; zijn er bijvoorbeeld al vermoeiingsverschijnselen te voorspellen zodat onderhoud op het meeste optimale moment kan worden ingepland? Niet te vroeg: zonde van de material-efficiency en niet te laat: falen in haar functie. We noemen dit vaak ‘Vitaal Assetmanagement’. Lees ook dit interview met Jenne van der Velde, topadviseur assetmanagement bij Rijkswaterstaat, op Technischweekblad.nl en het document 'Vitale assets, conditiegestuurd onderhoud' (Rijkswaterstaat), via 'Documenten' rechtsboven op deze pagina.