Test header

Webinar Omgevingswet terugkijken

Inhoud van het webinar

Iedereen krijgt met de Omgevingswet te maken. De Omgevingswet is de basis voor het nieuwe stelsel van regelgeving voor de fysieke leefomgeving. Het stelsel is het resultaat van de Omgevingswet, Invoeringswet en de aanvullingswetten. En van alle regelgeving die in AMvB's en ministeriële regelingen onder deze wetten wordt opgenomen.

Het stelsel van de Omgevingswet bundelt de regels over onder andere ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water.  Naast de Omgevingswet komen er vier algemene maatregelen van bestuur en een ministeriële regeling. Naar verwachting zal het nieuwe omgevingsrecht niet eerder dan halverwege 2019 in werking treden.

Deze wetgevingsoperatie heeft gevolgen voor overheden die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de fysieke leefomgeving.

In dit webinar krijg je een overzicht van:

  • de Omgevingswet op hoofdlijnen;
  • specifieke kennis wat deze wet betekent voor projecten.

Spreker

Ronald Onstenk, juridisch adviseur bij Rijkswaterstaat, is nauw betrokken bij de invoering van de Omgevingswet en de impact hierop voor projecten.

Meer informatie 

www.aandeslagmetdeomgevingswet.nl

Webinar terugkijken

Vragen en antwoorden

Kun je dadelijk kort ingaan op de relatie één vergunning irt omgevingsvergunning en de watervergunning? Wat is straks de positie van de watervergunning?

Het is aan de initiatiefnemer om te bepalen of hij meerdere toestemmingen tegelijk aanvraagt of niet. Hiermee kiest de initiatiefnemer dus voor één besluit door één bevoegd gezag, of voor meerdere besluiten met meerdere bevoegde gezagen. Uitzondering hierbij is de omgevingsvergunning voor de wateractiviteit. Deze wordt altijd los van andere omgevingsvergunningen aangevraagd en verleend. De omgevingsvergunning voor de wateractiviteit blijft dus een separaat besluit van het waterbevoegd gezag. In enkele gevallen (bijvoorbeeld bij IPPC-installaties) geldt er een verplichte coördinatie tussen de omgevingsvergunning voor de wateractiviteit en de omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit.

Daarnaast is van belang dat het wel zo is dat de aanvrager er voor kan kiezen om meerdere wateractiviteiten tegelijk aan te vragen. Hierdoor kan er binnen het waterdomein wel sprake zijn van één vergunning voor meerdere deelactiviteiten.

Hoe gaat de koppeling met de Informatiehuizen lopen en hoe geeft men invulling aan meer digitaal werken?

Voor de koppeling met de informatieproducten verwijs ik je naar www.aandeslagmetdeomgevingswet.nl onder het kopje digitaal stelsel. Invulling aan digitaal werken wordt o.a. gegeven door in de wet de koppeling te leggen met het digitaal stelsel. Zo wordt bepaald dat aanvragen in hoofdlijn digitaal worden ingediend en dat een aantal besluiten wordt aangemerkt als Omgevingsdocument. Dit laatste betekent dat de documenten op basis van geocoördinaten digitaal beschikbaar zijn in het stelsel. Ook geldt de hoofdregel dat aanvragen om besluiten digitaal worden gedaan.  

Welke mogelijkheden biedt het stellen van lokale omgevingswaarden om de uitgangspunten van de Omgevingswet ten volle te benutten?

De Omgevingswet gaat uit van een beleidscyclus. Deze houdt (kort samengevat) in dat er doelen worden geformuleerd, maatregelen worden uitgevoerd om de doelen te bereiken, het doelbereik wordt geëvalueerd en afhankelijk van die evaluatie nieuwe maatregelen genomen of het gestelde doel ter discussie wordt gesteld. Met het stellen van omgevingswaarden krijgt deze beleidscyclus vorm op lokaal niveau. De Omgevingswet bepaalt namelijk dat het stellen van omgevingswaarden tot gevolg heeft dat er monitoring plaatsvindt en dat er bij dreigende overschrijding van de omgevingswaarde een programma wordt opgesteld dat is gericht op het ongedaan maken van de overschrijding. Hiermee wordt voor een ieder inzichtelijk wat er van de betreffende lokale overheid verwacht kan worden op het onderwerp waarvoor de omgevingswaarde is gesteld en kan ieders handelen hierop in een zo vroeg mogelijk stadium worden afgestemd.  

Voor welke plannen en besluiten binnen de Omgevingswet gaat straks een m.e.r.-plicht gelden?

In een bijlage bij het Omgevingsbesluit zullen de m.e.r.-plichtige besluiten worden opgenomen. Bij het opstellen van deze bijlage zijn de verplichtingen die voortvloeien uit de Europese regelgeving tot uitgangspunt genomen.

Voor plannen geldt dat artikel 16.36 van de Omgevingswet aangeeft wanneer er een plan-m.e.r.-plicht geldt. Dit is als (kort samengevat) het plan of programma het kader vormt voor een project-m.e.r.-plichtige (of beoordelingsplichtige) activiteit of als er bij de voorbereiding van het plan of programma een passende beoordeling op grond van de Wet natuurbescherming moet worden gemaakt.

Waar en hoe kan verkeer worden opgenomen in de omgevingswet? Denk hierbij aan CROW Duurzaam Veilig richtlijnen, parkeernormen, etc.

Verkeersrecht (Wegenverkeerswet bijvoorbeeld) is specifieke wetgeving die geen onderdeel uitmaakt van de Omgevingswet. Dat betekent dat de specifieke wetgeving voorgaat op de Omgevingswet. Dit neemt niet weg dat vele aspecten van verkeer wel onderdeel zijn van de fysieke leefomgeving. Parkeernormen en verkeersveiligheid zijn onderwerpen die zullen worden betrokken in de “evenwichtige toedeling van functies aan locaties” bij het vaststellen van bijvoorbeeld een omgevingsplan. Het is dan bijvoorbeeld ook goed denkbaar dat in een omgevingsplan het ontwikkelen van een gebied afhankelijk wordt gesteld van het voldoen aan een in het omgevingsplan vastgestelde parkeernorm.

Op welke wijze stimuleert de nieuwe wet om juist ook in de planstudie fase de omgeving erbij te betrekken?

De Omgevingswet geeft (in artikel 5.51) de opdracht aan de opsteller van het projectbesluit om te verantwoorden hoe de omgeving is betrokken bij de voorbereiding van het besluit. De Omgevingswet regelt niet op elke wijze deze participatie moet plaatsvinden, maar laat dat aan het bevoegd gezag.

Daarnaast is voor het projectbesluit voorgeschreven dat er eerst een ontwerp-besluit ter inzage wordt gelegd waarop een ieder een zienswijze kan indienen. Die zienswijzen zullen door het bevoegd gezag moeten worden betrokken bij de vaststelling van het definitieve projectbesluit.

Naast deze wettelijke prikkels, is het uiteraard ook een kwestie van houding en gedrag. In het implementatieprogramma (zie www.aandeslagmetdeomgevingswet.nl) wordt daarom specifiek aandacht besteed aan participatie.

Een van de doelen is dat meer ruimte komt voor participatie. ik meen nadrukkelijk van de burger. heb ik goed begrepen dat daarvoor geen minimaal kader is ontwikkeld? en dat het plan hiervoor door de ene gemeente kan worden afgewezen terwijl de andere dat wel goed vindt? wat houdt dat praktisch gezien dan in? risico zienswijzes vanwege ongelijke behandeling?

De Omgevingswet geeft  inderdaad geen ondergrens, of kader, voor de wijze waarop participatie moet plaatsvinden. Dit is overgelaten aan het bevoegd gezag voor het betreffende besluit. Op deze wijze kan voor ieder besluit een op maat gesneden participatietraject worden vormgegeven. In het Omgevingsbesluit is wel een verantwoordingsplicht voor het bevoegd gezag opgenomen over de gevoerde participatie (bijvoorbeeld bij het projectbesluit en het omgevingsplan). Dit houdt in dat het bevoegd gezag in de toelichting bij het besluit zal moeten  uitleggen hoe het participatietraject is vormgegeven en wat er met de resultaten is gedaan.

Aangezien het uitgangspunt is dat participatie maatwerk is, is het niet uit te sluiten dat verschillende gemeenten verschillende participatietrajecten doorlopen, en ook dat in die trajecten ingebrachte meningen en standpunten door de verschillende gemeentebesturen verschillend worden gewogen. Ik zou hier zelf niet de conclusie aan willen verbinden dat er dan sprake is van ongelijke behandeling.  

Moet een waterschap, die wegen beheerd, ook de wegen opnemen in een omgevingsplan en omgevingsvisie?

Een waterschap heeft niet de bevoegdheid om een omgevingsplan en omgevingsvisie vast te stellen. Het omgevingsplan is een gemeentelijk instrument. Net als nu in het bestemmingsplan ligt het voor de hand dat de wegen die in het gebied aanwezig zijn, als zodanig worden bestemd (of in de terminologie van de Omgevingswet: dat aan deze locaties de functie ‘verkeer’ wordt toegedeeld). Dit geldt voor alle wegen, dus ook de wegen die door het waterschap worden beheerd.

De omgevingsvisie bevat (volgens artikel 3.2 van de Omgevingswet) de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, gebruik en beheer van het gebied, en de hoofdzaken van het te voeren beleid voor de fysieke leefomgeving. Hierbinnen is het mogelijk dat de aanwezigheid, ontwikkeling en beheer van die wegen worden opgenomen.  In de Omgevingsvisie van gemeente en/of provincie. Van een ‘moeten’, dus een verplichting, is geen sprake. Een omgevingsvisie is overigens enkel zelfbindend beleid voor het vaststellende orgaan. Het wel of niet opnemen van de genoemde wegen heeft dus geen juridische doorwerking naar burgers of andere overheden.

Wat is DBFM?

Design, Build, Finance, Maintain. Dit is een contractvorm waarbij de opdrachtnemer verantwoordelijk is voor het ontwerp, de bouw, de financiering en het onderhoud van het project. Voor meer informatie, zie:  https://www.rijkswaterstaat.nl/zakelijk/zakendoen-met-rijkswaterstaat/werkwijzen/werkwijze-in-gww/contracten-gww/dbfm.aspx.

Hoe wordt beoordeeld of een plan of een ander besluit voldoende integraal is? Zijn hiervoor normen in de wet opgenomen die het ambitieniveau wat dit beteft vastleggen? Mag een "nietje er doorheen" ook?

De Omgevingswet geeft geen normen om te beoordelen wanneer een plan of besluit voldoende integraal is. Dit is een afweging die het bevoegd gezag voor het plan of besluit zelf maakt, waarbij uiteindelijk de rechter in een beroepsprocedure kan bepalen of het besluit (en de belangenafweging om te komen tot het besluit) voldoende integraal is.

Wat is het verschil tussen open normen en omgevingswaardes die in het omgevingsplan komen?

Een norm in het omgevingsplan is een bepaling die anderen bindt, en ook via handhaving kan worden afgedwongen. Een omgevingswaarde is niet bindend voor anderen dan het vaststellende orgaan. Wanneer het, voor het bereiken van de omgevingswaarde, nodig is om het handelen van anderen te beperken dient het bevoegd gezag in (bijvoorbeeld) het omgevingsplan normen op te nemen. Een ander verschil is dat de gemeente, bij (dreigende) overschrijding van de omgevingswaarde verplicht is om een programma vast te stellen dat gericht is op het bereiken van die omgevingswaarde. Bij normen in het omgevingsplan bestaat die verplichting niet.

Wie is bevoegd gezag voor een projectbesluit van een provinciegrens-overschrijdend project?

Ik ga er van uit dat er in dit geval een provinciaal belang is om een project uit te voeren. De Omgevingswet geeft (in artikel 5.44) aan dat Gedeputeerde Staten van de provincie waar het project in hoofdzaak wordt uitgevoerd, bevoegd gezag zijn voor het projectbesluit.

Het bestemmingsplan heeft een horizon en de mogelijkheid tot planschadeclaims waardoor gewenste bestemmingen vaak niet werden vastgelegd, en er steeds nieuwe knelpunten ontstaan. De omgevingswet biedt wel ruimte voor het vastleggen van visies en wensen op de lange termijn, maar hoe zit het dan met planschadeclaims? Is er flexibiliteit om wensen op te nemen zonder directe consequenties?

Het omgevingsplan kent, in tegenstelling tot het huidige bestemmingsplan, geen planhorizon waarbinnen het plan gerealiseerd moet zijn en waar de rechter in het huidige recht de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan op toetst. Hierin ontstaat dus meer ruimte.

Het stelsel voor planschade wordt in de Invoeringswet opgenomen. Het concept-voorstel voor deze wet is in een internetconsultatie geweest. Onderdeel van het voorstel is dat planschadeclaims worden doorgeschoven naar de fase van uitvoering. Hierdoor wordt het mogelijk om in het omgevingsplan flexibeler functies aan locaties toe te delen zonder dat er een verplichting ontstaat om planschade te vergoeden voor ontwikkelingen die niet worden gerealiseerd. Pas bij de uitvoering van een opgenomen functie (bij vergunningverlening of aanvang van de feitelijke activiteit) kan een verzoek om planschade worden gedaan. Hierdoor ontstaat er alleen een recht op vergoeding van planschade voor activiteiten die daadwerkelijk worden uitgevoerd, en niet voor alle mogelijkheden die het omgevingsplan biedt. Hiermee wordt een barrière voor flexibeler bestemmen weggenomen.  

Lokaal maatwerk, normen worden gedencentraliseerd. Gemeenten kunnen kiezen welke normering ze hanteren. Wie beslist welke normen waar gehanteerd moeten worden, en hoe bepaalde normen worden gewaarborgd?

De keuze voor normering is niet vrij. In het Besluit kwaliteit leefomgeving stelt het Rijk op een aantal onderwerpen normen. Vaak is het mogelijk om op decentraal niveau deze norm nader in te vullen of om binnen bandbreedtes hiervan af te wijken. Hierdoor kunnen de lokale omstandigheden goed worden betrokken. In een aantal gevallen, zoals bij lichthinder, zal het Rijk geen normen meer stellen en is er wel een vrije keuze voor het lokale gezag om al dan niet normen te stellen.   

Als voorbeeld van dit systeem geldt voor luchtkwaliteit het volgende: De rijksregels (in het Besluit kwaliteit leefomgeving) stellen de nationale omgevingswaarden voor luchtkwaliteit. Op landelijk niveau zal de kwaliteit van de buitenlucht gemonitord worden. Wanneer er een overschrijding dreigt, dient er een programma te worden vastgesteld dat gericht is op het bereiken van de omgevingswaarde voor de luchtkwaliteit. Verder gelden de landelijke eisen aan luchtkwaliteit als randvoorwaarde voor besluiten van de bevoegde gezagen. Dit betekent dat een Minister of Gedeputeerde Staten geen projectbesluit mogen nemen dat leidt tot overschrijding van de landelijke omgevingswaarden voor luchtkwaliteit.

De Omgevingswet biedt ook de mogelijkheid voor decentrale overheden om andere (strengere) normen voor luchtkwaliteit vast te stellen. Soepeler normen zijn niet mogelijk gezien de Europese herkomst van de nationale normen. Voor gemeenten zal dit gebeuren in het omgevingsplan. Het hangt van de vormgeving ervan af waar deze normen worden gehanteerd en hoe ze worden gewaarborgd.

In welke fase kan een burger de gang naar de rechter maken? Nu kan dat bij OTB/TB fase. Kan dat straks als eerder?

In de huidige situatie kan een burger bij de Raad van State beroep instellen tegen een Tracébesluit, niet tegen een ontwerp-Tracébesluit. In de Omgevingswet kan een burger bij de Raad van State beroep instellen tegen het vastgestelde Projectbesluit.

Wat zijn de te verwachten grote knelpunten voor de verschillende overheden en waterschappen bij de implementatie van de omgevingswet?

De koepels hebben een gezamenlijk implementatietraject opgezet. Voor meer informatie verwijs ik naar www.aandeslagmetdeomgevingswet.nl. In opdracht van dit programma is een impactanalyse gemaakt van de Omgevingswet. Deze is o.a. te vinden op https://www.uvw.nl/thema/wet-en-regelgeving/omgevingswet/ . Impact op werkprocessen binnen en tussen overheden, cultuurverandering en digitalisering worden als grote opgaven gezien. Voor meer informatie hierover verwijs ik je naar het rapport.     

Welke kansen biedt de omgevingswet om zachte randvoorwaarden mee te nemen, die niet als normen en in beleid zijn vastgelegd, zoals m2 groen, recht op speelruimte- en groene uitloopruimte. Functies die geen direct economisch voordeel opleveren en daardoor integraal vaak minder scoren, en dus onderspit delven, bij de afweging.

De Omgevingswet is niet alleen gericht op het gebruiken, maar ook op de bescherming en verbetering van een gezond leefmilieu.

Verder hanteert de Omgevingswet een bredere grondslag dan de huidige Wet ruimtelijke ordening. In een omgevingsplan worden met het oog op de doelen van de wet regels gesteld over activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat er juist meer mogelijkheden zijn om zachte randvoorwaarden mee te nemen. Het is aan het bevoegd gezag om de afweging te maken.

Bijeenkomst