Test header

Terugblik bijeenkomst materialenpaspoort

Op 16 januari vond, in de Week van de Circulaire Economie, de derde sessie rondom Assetmanagement verbindt Nederland plaats met als onderwerp het materialenpaspoort. De bijeenkomst was georganiseerd vanuit de groep Duurzaamheid en bedoeld om kennis te delen, kennis te verrijken en tastbare acties op te starten.

De animo voor dit onderwerp was zeer groot, wat bleek uit de volle zaal en de levendige discussies tijdens de workshoprondes.

Assetowners over circulaire economie

We begonnen met drie presentaties van assetowners Rijkswaterstaat (door Jenne van der Velde), Waterschap Vechtstromen (door Marcel van Zutphen) en provincie Noord-Holland (door Peter Korbee en Paul Jansen). Hierbij kwamen de noodzaak om de circulaire economie in te vullen en de rol die het materialenpaspoort daarbij kan spelen duidelijk naar voren. Bekijk de presentaties (pdf). 

Discussiëren over oplossingen

Vervolgens ging de groep uiteen om in roulerende werksessies mee te denken over oplossingen. De discussies brachten voor de workshopbegeleiders veel nuttige input op voor het werk. Er werd gediscussieerd over:

1. Hoe kun je de inspecties gebruiken om beter in beeld te krijgen welke materialen/functies we al in bezit hebben?

Door Jeroen Nagel en Arie van Kersen (Rijkswaterstaat).

Vanuit het ‘inspectie perspectief’ voor een materialenpaspoort werden vele mogelijkheden benoemd. Van 3D(puntenwolk)inmetingen voor het bepalen van volumes van verschillende materiaalsoorten tot het werken met drones voor inspectie in plaats van de traditionele visuele inspecties.

Arie van Kersen (RWS) noemde verschillende opties zoals:

  • LiDAR (Laser Imaging Detection And Ranging) voor het in detail vastleggen van de geometrie van objecten;
  • Fotogrammetrie;
  • Infrarood thermografie voor de conditie van dijken icm geofysisch onderzoek of het vastleggen van (water)leidingen in de grond;
  • Infrarood spectrometrie, voor bijvoorbeeld beschadiging van de isolatie van hoogspanningskabels;
  • EM inductie (of Radio EM, Elektromagnetische inductietechniek) voor het herkennen van metalen objecten, zoals explosieven (ferrohoudend en non-ferrohoudend) en kabels en leidingen in de ondergrond.

Met drones kun je heel mooi in kaart brengen wat voor materiaal er heel specifiek in kunstwerken is toegepast. In dat kader noemde een deelnemer een onderzoek van SGS Intron naar ‘non destructieve meetmethoden voor meer materiaalinzicht tbv een circulaire economie’. Verder werd vermeld dat gemeente Woerden haar areaal in 2D vrij nauwkeurig in beeld heeft en dat graag in 3D gaan uitbreiden. Ook het afspreken van een uniforme manier, zoals de NEN 2767, voor het benoemen van objecten/bouwdelen/materialen etc. was een onderwerp dat veelvuldig werd benoemd.

Downloads bij deze workshop

Presentatie nieuwe onderzoeksmethoden bouwmaterialen - SGS Intron - januari 2018

Rapport nieuwe onderzoeksmethoden bouwmaterialen (relevant voor circulair gebruik door Rijkswaterstaat) - SGS Intron - januari 2018

2. Ontsluiting en delen van data

Door Foppe Gerlsma (Stantec) en René Eijsbouts (Witteveen en Bos).

De deelnemers zijn afkomstig van RWS, overige overheden, kennisinstituten, producten/aannemers, adviesbureau’s en de ICT.

Iedereen was het er over eens: om meer circulair te kunnen werken is informatie van de objecten uit het areaal onontbeerlijk. Op de vraag hoe je de data, als deze eenmaal is verzameld, kunt ontsluiten, kwamen de volgende twee voorwaarden naar voren:

  1. er moet een duidelijke structuur in de data komen;
  2. de data moet betrouwbaar zijn.

Om de data (je gegevens) up to date te houden moet je je data gebruiken in je dagelijkse assetmanagement proces. Het delen van de informatie lijkt geen probleem: dat kan gewoon. Verder zou het ontsluiten en delen versneld kunnen worden als er een waarde (misschien een verdienmodel) aan kan worden gehangen. Dan wel opletten dat er geen informatie wordt achtergehouden zodat de waarde (voor die ene partij) nog groter wordt.

Eindconclusie van deze workshop: GEWOON BEGINNEN.

3. Ontwerpen

Door Eefje van den Dungen/Kees-Willem Markus (IV-Infra).

Tijdens de workshop stonden de deelnemers stil bij twee onderwerpen:

  1. de stap om vanuit ontwerp te komen tot een materialenpaspoort;
  2. hoe de beschikbaarheid van materialenpaspoorten het ontwerpproces kan beïnvloeden.

Aan de hand van stellingen werd over deze onderwerpen gediscussieerd en geconcludeerd dat de stap vanuit de huidige wijze van ontwerpen naar een materialenpaspoort niet zo groot is. Veel belangrijke materiaalgegevens worden al vastgelegd in de huidige ontwerpen. De wijze van vastleggen is wel erg verschillend, dus een format zoals een materialenpaspoort draagt sterk bij aan de eenduidigheid van vastlegging.

Over de mate waarin een materialenpaspoort het ontwerp gaat beïnvloeden waren de deelnemers het minder met elkaar eens. Een deel vond dat de markt zelf steeds duurzamer wordt en ontwerpende partijen daardoor ‘gedwongen’ worden om circulair te gaan ontwerpen en daardoor ook een materialenpaspoort gaan gebruiken. Dit stond haaks op het andere deel van de aanwezigen, dat aangaf dat ontwerpende partijen gestimuleerd moeten worden om meer circulair te ontwerpen met een materialenpaspoort. Deze motivatie moet vormgegeven worden in contracten waarin partijen tot circulair ontwerpen worden uitgedaagd.

4. Het materialenpaspoort lost niets op. Er is meer nodig dan een instrument

Door Paul Jansen/Peter Korbee (Provincie Noord-Holland).

Wat is het doel van het materialenpaspoort?

Faciliteert bij het beschikbaar stellen van gegevens die nodig zijn om aan de opgave voor circulariteit in de infrastructuur te voldoen.

Hoe kunnen we gegevens inventariseren voor het materialenpaspoort?

Inventariseren van data voor de volle 100% is niet nodig en bijna onmogelijk. Inventariseren volgens systems engineering, work breakdown structure, NEN 2767 decompositie.

Eigenaarschap. Wie wordt eigenaar van het materialenpaspoort? De eigenaar van het areaal of de leverancier?

Voorbeeld uit de voedingsmiddelenindustrie: ingrediënten staan op de verpakking. Dit is verplicht gesteld door de voedsel- en warenautoriteit. Er is behoefte aan een grondstoffen-autoriteit op landelijk niveau om de kaders te stellen.

Wat als de leverancier van het materiaal over 50 jaar niet meer bestaat? Dan moeten de grondstof en de data worden overgenomen door of worden doorverkocht aan een nieuwe eigenaar. De data gaat dan niet verloren, omdat deze landelijk is opgeslagen. Kan blockchain hierin een rol spelen?

Voorbeeld kabels en leidingen. Het Kadaster als eigenaar. Is landelijk en bekend met eigenaarschap, locatie en bouwgerelateerde data.

Materialenopslag en moment van vrijgave

Een grondstoffenbank bestaat al. We moeten voorkomen dat overal grondstoffendepots ontstaan, want dit kost heel veel ruimte. Overdracht van grondstoffen moet eigenlijk zonder tijdelijke opslag. Nu wordt een verwerker opgezadeld met grondstoffen. Goed plannen van werkzaamheden (sloop & nieuwbouw) is van belang.

De opdrachtgever moet ruim van tevoren kenbaar maken wanneer materialen vrijkomen. Dit is een uitdaging, want de theoretische restlevensduur die wordt meegegeven in het materialenpaspoort en het werkelijke vervangingsmoment van assets zijn niet nauwkeurig (op een bepaalde dag) vast te leggen. 

Rollen stakeholders

Belangen in materialenpaspoort zichtbaarder maken. Wie heeft er belang bij? Er moet een gemeenschappelijk belang zijn: tussen sloper/recycler, opdrachtgever en nieuwbouwaannemer.

Er zijn veel tegenstrijdige belangen. We moeten de markt prikkelen om toe te passen of vaststellen in wetgeving.

Niemand heeft ervaring (behalve utiliteitsbouw), dus begin met kleine stappen, niet meteen het meest complexe project.

Bouwagenda gebruiken als vertrekpunt.

Wanneer en hoe starten?

Kwestie van gewoon doen en niet wachten op elkaar. Je moet een keer beginnen met het materialenpaspoort. Er gaat wellicht veel fout maar dat is de enige manier om ervan te leren en processen te verbeteren. Kies een pilotproject. Evalueer en ga door.

Materialenpaspoort opnemen als eis in contract. Dialoog tussen opdrachtgever en opdrachtnemer bij het aangaan van een contract. “Help ons om de juiste vraag te stellen”.

Grootste kansen op korte termijn in bestaande areaal.

Informatiemanagement

Het gesprek over het aanleveren van data per project moet niet pas achteraf plaatsvinden (zoals nu veel gebeurt) maar vooraan bij de PSU. Informatiemanagement, daar heeft het project tijdens voorbereiding en uitvoering ook veel profijt van.

Kwaliteit van de data

De overheid moet waken over de juistheid van de data. Open data is daarbij een voorwaarde. Dat moeten we zoveel mogelijk koppelen aan data die we al hebben, zoals areaaldata. Het zou goed zijn om over je grenzen heen te kijken en niet je grondstoffen alleen voor je eigen gemeente of provincie te dealen, maar groter te denken. Wellicht is een marktplaats voor grondstoffen een idee. Maak geen depots, maar zorg dat je digitaal kunt handelen in materialen.

Over Assetmanagement verbindt Nederland

Met 'Assetmanagement verbindt Nederland' willen we gezamenlijk werken aan een toekomstbestendige weg- en watersector en infrastructuur. Op 22 juni 2017 benoemden we hiervoor een aantal thema's en op 13 oktober 2017 richtten we vier groepen op: assetregio, duurzaamheid, voorspelbaar onderhoud en bestuurlijke betrokkenheid. Deze bijeenkomst over het materialenpaspoort werd georganiseerd vanuit de groep duurzaamheid.

Foto's van fotograaf Sem van der Wal 

Bijeenkomst Materialenpaspoort

Volle zaal

Werksessie

Handen omhoog!

Bijeenkomst Materialenpaspoort

Bijeenkomst