Pelikaandrone in de praktijk getest

24 juni 2019

In oktober 2018 won de Pelikaandrone de Drone Oscar voor het beste idee tijdens het event Drones in het waterbeheer. De Pelikaandrone is een drone die kan worden ingezet om bijvoorbeeld blauwalg en botulisme op te sporen in het water. En nu was het tijd voor een eerste echte live-test. Deze vond plaats op het Valkenburgse meer nabij het voormalige Marine vliegkamp Valkenburg. 

Drone TU DelftNieuwe technologieën voor waterkwaliteitsbeheer

Bart Remes, projectmanager van het MaVLab van TUDelft : “De Pelikaandrone is een project waarin we twee nieuwe technologieën combineren om het waterkwaliteitsbeheer te verbeteren: drones en flow-cytometrie. Met een flow-cytometer (in dit geval van het bedrijf CytoBuoy) kun je precies en snel zien welke micro-organismen er in het water zitten. Daarvoor moet je wel snel verse watermonsters kunnen verzamelen en aanleveren. Dat laatste hebben wij nu getest op het Valkenburgse meer.

Werking van de drone

Door de drone uit te rusten met een multispectrale camera voor remote sensing, kan hij op een slimme en vernieuwende manier interessante locaties kiezen om de watermonsters te nemen. Vervolgens worden deze watermonsters met de CytoSense flow-cytometer ter plekke geanalyseerd. De Cytosense kan automatisch van alle deeltjes een soort vingerafdruk maken en deze via een eigen database benoemen. Hiermee wordt in de toekomst bijvoorbeeld snelle planktonanalyse mogelijk en kan er automatisch gecontroleerd worden op bijvoorbeeld blauwalg. Ook kunnen de CytoSense metingen gebruikt worden voor het meten van zwevend stof gehaltes. Ons plan is om uiteindelijk ook onderwater proefmonsters te nemen met de drone. Daarom hebben we dit systeem de Pelikaandrone genoemd.” 

De drie doelen bij deze test

  • Werkt het sampling device naar behoren?
  • Kan de drone een autonome missie uitvoeren?
  • Kan de CytoSense de monsters ter plaatse analyseren? 

Pelikaandrone aan het werkVisuele scan

De test begon met een visuele scan met een cameradrone. Daar bleek dat het beter is niet recht naar beneden te kijken op het water, maar onder een hoek van ca.45 graden en niet direct tegen de zon in. Op deze manier heb je het beste licht en zicht. Je kon hierbij duidelijk door het water heen kijken, zelfs bij een flinke golfslag.

Hotspots

Omdat er visueel geen blauwalg te zien was, werden er twee hotspots gekozen: Eén hotspot in ondiep water en één in diep water. Nadat het vliegplan voor de autonome bemonstering geprogrammeerd was, maakte de bemonsteringsdrone een volledig autonome vlucht naar de hotspot. Daar landde de drone op het water en verzamelde een monster zonder pilootinterventie. Een les hierbij was dat er de drone bij veel wind nogal drift en er hiervoor gecorrigeerd moet worden tijdens de operatie.

Autonome bemonstering

Voor de autonome bemonstering is een speciaal bemonsteringssysteem ontworpen dat wordt aangestuurd door de drone. Nadat het monster autonoom naar de kust werd gebracht, werd dit afgegeven en analyseerde de Cytosense het ter plaatse. Hiermee zijn de drie de doelen van de test behaald! 

Next stop: de duikende drone

Bart Remes sloot af met een dankwoord voor RWS deze test mede gefinancierd had. Zijn wens is om een samenwerking op te zetten met meerdere partners zodat ook fase 2 van het project (de duikende drone) uitgevoerd kan worden. Komende periode zullen partners zoals STOWA, Waterschappen, gemeenten etc. benaderd worden om deel te nemen aan het onderzoeksprogramma.

Meer informatie

Vragen over de Pelikaandrone? Neem contact op met Ariea Vermeulen, coördinator drones Rijskwaterstaat