Overheden positief over samenwerking met afdeling Infrastructuur provincie Flevoland

25 februari 2014

De afgelopen tweeeneenhalve maand hielden twee studenten van Hogeschool Windesheim kantoor op het provinciehuis van Flevoland in Lelystad. In opdracht van de afdeling Infrastructuur werkten Thimo Zwaan en Bas Hartman aan een onderzoek over samenwerking van de afdeling met andere overheden. Als afdeling hadden we stiekem het gevoel dat we vrij goed zouden scoren op die samenwerking. Toch waren we verrast door de resultaten. Op een schaal van 1 tot 5 schommelt die waardering op alle aspecten rond de 4. Als overall rapportcijfer kregen we een 7,7.

De aanleiding voor het onderzoek lag in het OverheidsOntwikkelModel (OOM), het INK model, toegepast voor overheidsorganisaties. In 2012 is de hele provinciale organisatie in Flevoland langs de meetlat van het OOM gelegd. De afdeling Infrastructuur scoorde daarbij op een groot aantal terreinen een procesgerichte oriëntatie. Maar op het aandachtsgebied 'waardering door derden' bleef de score achter, omdat de afdeling hier nog nooit systematisch onderzoek naar had gedaan. Daar wilden we graag verbetering in brengen. Daarom hebben we aan twee studenten van Windesheim opdracht gegeven via een co-makership een nulmeting uit te voeren en een advies op te stellen voor vervolgstappen.

Het onderzoek is uitgevoerd onder medeoverheden: gemeenten, andere provincies, RWS en Waterschap Zuiderzeeland. Een online enquête is aan 120 adressen verstuurd. Hierop is een respons gekomen van 65%. De resultaten geven aan dat onze samenwerkingspartners (erg) tevreden zijn over samenwerking met de afdeling Infrastructuur.

Uit de conclusies:

"De resultaten laten zien dat er over het algemeen gezien erg goed gescoord wordt en dat de provincie erg tevreden mag zijn. De contactpersonen van de afdeling Infrastructuur krijgen gemiddeld een 7,7 (schaal 1-10) van de respondenten.

De drie sterkste punten volgens de respondenten zijn (schaal 1-5):

  • Gezamenlijk (maatschappelijk) doel      (4,3)
  • Draagvlak tijdens de samenwerking       (4,3)
  • Het nakomen van afspraken                  (4,1)

De drie minst sterke punten volgens de respondenten zijn:

  • Boeken van voortgang                          (3,6)
  • Verbinden van verschillende belangen    (3,7)
  • Mate van gezamenlijke besluitvorming  (3,7)

De laagste en hoogste scores liggen dicht bij elkaar. Hierdoor zullen er geen grote verbeteracties nodig zijn, het niveau dient wel vastgehouden te worden en hier dient op gestuurd te worden."
De belangrijkste adviezen zijn dan ook:

- Het huidige kwaliteitsniveau vasthouden

- Het onderzoek eens in de twee jaar herhalen

- Wanneer er toch aandachtsgebieden zijn waar nog vooruitgang te behalen is, dan zijn dat: meer openheid over de verwachtingen en belangen die de provincie van/bij een samenwerking heeft en meer aandacht voor het boeken van voortgang in de samenwerking.

Bij het onderzoek zijn vijf aandachtsgebieden bekeken die belangrijk zijn voor het succes van een samenwerking:

- Is er sprake van een gezamenlijke (maatschappelijke)ambitie?

- Kennen partijen elkaarsbelangenvoldoende en is er respect voor elkaars belangen?

- Relatie:verloopt de communicatie goed en is er voldoende draagvlak?

- Hoe is deorganisatievan de samenwerking, is er voldoende daadkracht en worden afspraken nagekomen?

- Hoe staat het met de betrokkenheid van de partijen bij het proces?

Rapport