Gebruikersonderzoek Dynamische Routeinformatiepanelen (DRIPS) Den Haag

14 april 2014

In dit rapport worden de resultaten gepresenteerd van het recent afgesloten onderzoek naar de tevredenheid van de weggebruikers over de meest zichtbare toepassing van Dynamisch Verkeersmanagement in Den Haag; de dynamische routeinformatiepanelen.

Sinds de zomer van 2011 wordt vanuit de verkeerscentrale van Den Haag met ruim 70 dynamische routeinformatiepanelen (DRIPs) de weggebruiker in en om Den Haag voorzien van routeinformatie. Na twee jaar achtte de gemeente het tijd om te inventariseren of deze panelen aan de behoeften van de weggebruikers voldoen en of ze ook verkeerskundig effectief zijn. De effectiviteit wordt in dit geval afgemeten aan het opvolgpercentage van het gegeven advies.

Het adviesbureau Goudappel Coffeng kreeg de opdracht om onderzoek te doen naar de begrijpelijkheid en effectiviteit van de informatieverstrekking op de DRIPs. Ook wilde de gemeente graag per gebruikersgroep weten welke informatie nu uiteindelijk het meeste effect heeft. Vanwege de voortdurende discussie over het gebruik van de stedelijke hoofdroutes, aangeduid als S-routes op de vaste en dynamische routeverwijzingen is het bureau gevraagd om hier ook onderzoek naar te doen. In deze vorm is dit het eerste rapport over de waardering en opvolging van DRIP-informatie in stedelijk gebied in Nederland.

Uitkomsten

De meeste weggebruikers geven aan de intentie te hebben om van route te veranderen als daarvoor een goede reden is. Echter, in de praktijk blijkt dat de opvolgpercentages bij DRIPs achterblijven bij deze intentie. Het percentage weggebruikers dat de route wel eens aanpast na het passeren van een DRIP, ligt tussen de 20 en 30% voor voorspelbare situaties. Voor niet-voorspelbare situaties ligt het opvolgpercentage tussen de 40 en 50%. Het opvolggedrag is het laagst onder transportverkeer. In reguliere situaties is dit opvolgpercentage voldoende om het verkeer beter te verdelen over de wegen. Ook een klein aandeel van het verkeer dat verandert van route, kan de file helpen oplossen.

Minder dan de helft van de bewoners vindt de aanduidingen van de S-routes in orde. Dat lijkt in lijn met de uitkomsten van het WOW-onderzoek naar de stadsroutes in beheer van gemeenten (januari 2014). Voor de forensen en frequente bezoekers is dat rond de 70%. Tijdens de later gevoerde discussiebijeenkomsten (focusgroepen) hebben de bewoners aangegeven dat de S-routes voor bezoekers effectiever zijn dan voor hen zelf. Bewoners hebben meer bekendheid met straatnamen of namen van bekende locaties (bijvoorbeeld Malieveld, Kurhaus, Madurodam). Overigens wordt de onbekendheid met de S-routes niet als een probleem gezien als er naar een S-route verwezen wordt als alternatief. Deze S-routes zijn goed te volgen met behulp van de vaste bewegwijzering. De onbekendheid met de S-routes is wel een probleem bij de oriëntatie. Als op de panelen wordt aangegeven dat er een probleem op een S-route is, dan weten de weggebruikers niet of deze S-route onderdeel is van de route die ze van plan zijn te rijden. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek wordt een plan uitgewerkt om de bekendheid van de S-routes te verbeteren voor vooral de inwoners van Den Haag.

De gevonden resultaten per doelgroep geven geen aanleiding tot een specifieke doelgroepbenadering. De verschillen tussen de doelgroepen zijn te klein. Bovendien is bij alle doelgroepen de bereidheid om van route te veranderen hoog, en komen de wensen wat betreft type informatie aardig overeen. De focus moet liggen op het blijven aanpassen van de informatie, zodat deze aan de wensen van de weggebruiker blijft voldoen.

DRIP en/of navigatiesysteem

Uit de enquête blijkt dat de weggebruikers de DRIPs vooral zien als aanvulling op het navigatiesysteem. De laatste gebruiken ze om de route te vinden, de eerste om op de hoogte te zijn van vertragingen. Maar in de praktijk blijkt dat het overgrote deel van de weggebruikers, dat een navigatiesysteem en/of een smartphone bezit, onderweg zeer beperkt gebruik maakt van de actuele informatie die door de diverse service providers (TomTom, ANWB, etc.) wordt aangeboden. Het onderzoek heeft uitgewezen dat in de spits ongeveer 20% van de weggebruikers een navigatiesysteem of mobiele telefoon gebruikt voor het vinden van de route al dan niet met gebruik van actuele verkeersinformatie. Daarmee blijven de DRIPs voorlopig nog het meest geschikte middel om alle weggebruikers snel op een bepaalde locatie te bereiken met de noodzakelijke routeinformatie.

Rapport

Memo bij rapport

 

Voor meer informatie:

Arjen Reijneveld

Adviseur verkeer

Mail: arjen.reijneveld@denhaag.nl

Tel.: 06 51 22 34 09

Afdeling Verkeersmanagement en Openbare Verlichting

Dienst Stadsbeheer

Gemeente Den Haag

Postbus 12651

2500 DP Den Haag

www.denhaag.nl