Webinar Omgevingswet en gezamenlijk investeringsprogramma

Datum 19 december 2016
Locatie Webinar

Webinar Omgevingswet en gezamenlijk investeringsprogramma

Maandag 19 december 2016 om 14.00 uur

De regionale samenwerking tussen gemeenten, waterschappen en in toenemende mate drinkwaterbedrijven is in volle gang. Het realiseren van de doelstellingen van het bestuursakkoord water voor wat betreft de waterketen in 2020 ligt in het verschiet. Tegelijkertijd zijn er nog voldoende uitdagingen voor de komende jaren. De implementatie van de Omgevingswet en regionale beleidsvoorbereiding en investeringsprogrammering vragen om een aantal concrete stappen in de regionale samenwerking. Het webinar richt zich op de belangrijkste consequenties van de Omgevingswet voor de waterketen en het stedelijk waterbeheer en het nut en de noodzaak van regionale investeringsprogrammering.

Spreker is Gert Dekker van Ambient. Hij heeft twintig jaar ervaring als project-/programmaleider in het stedelijk waterbeheer en afvalwaterketen is hij uitstekend in staat om samenwerkingsprocessen aan te jagen en complexe vraagstukken aan te pakken. Gert werkt vanuit de overtuiging dat voor complexe vraagstukken een doorbraak kan worden gevonden door het verbinden van mensen (en organisaties) en inhoudelijke sectoren.

Presentatie

Kijk het webinar terug

Ga naar het webinar Omgevingsmanagement van 28 november 2016

Vragen en antwoorden

Vraag: Is op dit moment al duidelijk of de AVOI (algemene verordeningen ondergrondse infrastructuur) worden opgenomen in de uitvoeringsregels onder de omgevingswet? 

De AVOI is een gemeentelijke verordening. De vraag is of deze verordening na inwerkingtreding van de Omgevingswet (2019) door gemeenten moet worden ondergebracht in het (verplichte) gemeentelijke omgevingsplan.

Antwoord: Hier kom ik zsm op terug!

Vraag: Blijft het kostendekkingsplan riolering een separaat verplicht plan? Er is immers een separate voorziening Riolering en een separate rioolheffing.

Antwoord: Het kostendekkingsplan is onder de Omgevingswet geen verplicht plan. Tegelijkertijd is het heel verstandig voor gemeenten om een kostendekkingsplan, inclusief een vertaling naar de lange termijn ontwikkelingen van de rioolheffing te blijven maken. De rioolheffing zal goed onderbouwd moeten zijn en blijven, omdat een gemeente anders het risico loopt om in een bezwaarprocedure te worden teruggefloten. Dat geldt nu bijvoorbeeld ook al voor de afvalstoffenheffing. Daarvoor geldt nu geen verplicht plan, maar gemeenten hebben belang bij een goede onderbouwing en doen dat dus ook.

Het kostendekkingsplan kan straks een plek krijgen in een water- en rioolprogramma of integraal omgevingsprogramma van gemeenten. Daar worden de maatregelen in vastgelegd.

Vraag: Wat is de rol van de provincies in dit geheel? 

Antwoord: De rol van de provincie in het stedelijk waterbeheer is relatief klein. In de huidige situatie heeft de provincie de bevoegdheid om goedkeuring/afkeuring te geven aan de invulling van de gemeentelijke zorgplicht afvalwater in het buitengebied. Deze bevoegdheid vervalt met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (conform afspraken in BAW 2011).

Daarnaast is er natuurlijk sprake van interbestuurlijk toezicht van de provincie op lagere overheden. Voor gemeenten is er sprake van een algemeen toezicht. Voor waterschappen geldt een specifiek toezicht. De huidige bestuurspraktijk is dat provincie op het gebied van het stedelijk waterbeheer geen gebruik maken van deze bevoegdheden.

Onder de nieuwe Omgevingswet krijgen de provincie de bevoegdheid om zogenaamde instructieregels te stellen.

http://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/omgevingswet/omgevingswet/instrumenten/ondersteunende/instructieregel/

Het is de vraag op welke wijze het instrument van instructieregels een rol zal gaan spelen in het stedelijk waterbeheer. Afgaande op de huidige situatie en geldende bestuurscultuur zal die rol naar verwachting klein zijn. Maar dat zou in de toekomst natuurlijk kunnen veranderen.

Het is niet ondenkbaar dat de instructieregel als instrument wel wordt benut door de provincie bij het beschermen van drinkwaterbronnen (grondwaterbeschermingsgebieden) in de gemeentelijke omgevingsvisie(s). In de Omgevingswet houdt de provincie de bevoegdheid om in de omgevingsverordening grondwaterbeschermingsgebieden aan te wijzen. Op basis daarvan kunnen instructieregels aan o.a. gemeenten worden gesteld.

Vraag: De verplichting van het GRP blijft. De inhoud van het plan komt (weliswaar) ontvlochten terug in omgevingsvisie, -programma's en -plan. Indien er op dit moment een GRP wordt geactualiseerd, in hoeverre is het dan zinvol om nu al te anticiperen op de omgevingswet in het te actualiseren GRP? 

Antwoord: Het advies van VNG en UvW is om nu al zoveel mogelijk te anticiperen op de nieuwe instrumenten van de Omgevingswet (gemeentelijke visie, programma en omgevingsplan). Dat kan bijvoorbeeld in een nu uit te werken GRP een indeling te kiezen naar deze nieuwe instrumenten. Met de bouwstenen die je hiermee uitwerkt, kun je beter aansluiten bij het proces dat nu al gaande is in de gemeentelijke organisatie.

Vraag: Om bij de gemeentelijke processen van de omgevingswet aan te sluiten voor het thema water is het belangrijk om nu te starten. Hoe zorgen we ervoor dat regio en gemeente met elkaar verbonden zijn en blijven? Waarmee/hoe kan ik nu beginnen?

Antwoord: Het advies van VNG en UvW is om op regionaal niveau de afstemming te zoeken voor de opgaven in het stedelijk waterbeheer wat dat voor nodig is (wateroverlast, waterkwaliteit, optimaal functioneren afvalwaterketen ed). Dat geldt in directe zin in mindere mate voor de onderhoudsstrategie (vervangen, repareren, relinen) voor de riolering. Als het gaat om beleidsuitgangspunten zijn de verschillen binnen regio’s naar verwachting klein. De achterblijvers kunnen leren van de koplopers. Tegelijkertijd heeft elke individuele organisatie natuurlijk de keuze om specifieke beleidsuitgangspunten te hanteren.

Dit regionale proces kan leiden tot bouwstenen voor de gemeentelijke omgevingsvisies, -programma’s en -plannen. Die vervolgens in het proces binnen de gemeentelijke organisatie kunnen worden ingebracht. Het is dus in zekere zin een spel op twee speelvelden. En in de regio en eentje in de eigen organisatie. De uitdaging is om deze voortdurend met elkaar te verbinden.

Vraag: Het wegvallen van het vGRP kan toch worden opgevangen met een gemeentelijk programma. Waarom is samenwerking op dit beleidsvlak vereist?

Antwoord: Het wegvallen van het GRP kan slechts voor een deel worden opgevangen door een gemeentelijk programma. Dat geldt wel voor de maatregelen en kostendekkingsplan, maar niet voor het formuleren van de zorgplichten en beleidsdoelen. En ook niet voor bindende regels richting burgers en bedrijven over lozingen. Zorgplichten en beleid horen uiteindelijk thuis in de gemeentelijke omgevingsvisie, waarin al het gemeentelijk beleid voor de fysieke leefomgeving wordt opgenomen. Bindende regels horen thuis in het omgevingsplan.

Vraag: Op welke manier kan Samenwerken aan Water ons helpen om een gezamenlijk investeringsprogramma op te stellen? 

Antwoord: In 2017 zal Samenwerken aan water regio’s ondersteunen met een doorontwikkeling van de handreiking, het etaleren van voorbeelden en het programmeren van bijeenkomsten.

Vraag: Wat betekenen deze wijzigingen voor de personele capaciteit voor de lagere overheden? (binnen gemeenten en waterschap)

Antwoord: In lijn met eerdere ontwikkelingen in het stedelijk waterbeheer (o.a. Waterwet, BAW) neemt de beleidsvrijheid voor gemeenten en waterschappen toe. Dat vraagt voortdurend om het goed motiveren van keuzes en besluiten. Het werkveld wordt daarmee complexer (en voor sommigen leuker). Meer beleidsvrijheid en meer motiveren betekent waarschijnlijk ook meer benodigde capaciteit. Althans in het meest gunstige geval blijft de benodigde capaciteit gelijk (zal zeker niet afnemen).

Vraag: Vond je het leuk?

Antwoord: Ja, leuk en lastig

Vraag: Welke twee punten moeten de deelnemers nu morgen gaan doen/oppakken?

Antwoord: 

1. In de regio aan de slag met een gezamenlijk planproces gericht op:

a. Gezamenlijk beleid en uitgangspunten

b. Maatregelen

c. Nut en noorzaak van bindende regels voor burgers en bedrijven

Het product van dit planproces zouden bouwstenen kunnen zijn die de individuele organisaties kunnen opnemen in de integrale plannen.

2. Aansluiting zoeken bij het proces van de implementatie van de Omgevingswet in de eigen organisatie.